‘Als anderen genieten van mijn routes dan begin ik pas echt te glunderen’

Gerrit Lohuis (64) zet als vrijwilliger al jarenlang racefiets-routes uit voor diverse organisaties. Zoals Sallands Steilste, de eerste van de Kromme Sturenroutes van 365 dagen fietsen. Maar hij is ook routemaker bij de jaarlijkse Theo de Rooij Classic en bij Tourclub Rijssen. Hij vindt het heerlijk om te doen. “Als anderen genieten van mijn routes of zeggen dat ze verrast zijn, dan begin ik pas echt te glunderen.”

Gerrit: “Een goede route is een route die over rustige wegen gaat, door een mooie omgeving en met een fijne pauzeplek voor koffie met appeltaart. Het routemaken houdt me ook wel bezig als ik in mijn eentje fiets. Dan kijk ik telkens om me heen. Is dit fietspad geschikt? Sluit het goed aan op een route die ik nog wil maken? Ook al ken ik de omgeving van mijn woonplaats Rijssen op mijn duimpje, toch kom ik regelmatig op nieuwe ideeën. Want als je een keer in omgekeerde richting fietst, dan zie je soms opeens weer een nieuw zijweggetje. Dus er is altijd wel weer een andere leuke route te maken."

Gezellig in een groep

Ik vind het trouwens het gezelligste om met een groep te fietsen. In de zomer rij ik met onze tourclub twee keer per week op de racefiets. Op zaterdag doen we meestal een tocht van zo’n 120 kilometer en op woensdagavond fietsen we gemiddeld 60 kilometer. ’s Winters stappen we over op een wekelijkse mountainbiketocht op zaterdagmorgen. Je aanmelden bij een club kan ik iedereen aanraden. Het kan bijvoorbeeld een goede manier zijn om mensen te ontmoeten of om een stok achter de deur te hebben om daadwerkelijk te gaan fietsen. Ook als je weinig ervaring of niet zo’n goede conditie hebt, is er bij de meeste clubs wel een groep van jouw niveau. Bij de veteranen van Tourclub Rijssen zitten zelfs mensen van tachtig. In mijn groep – vijftigers, zestigers en zeventigers – gaat het er gemoedelijk aan toe. We doen alleen een wedstrijdje zodra we het plaatsnaambord van Rijssen zien. Vroeger fietsten we ook toertochten, zoals Luik-Bastenaken-Luik. Nu komt dat er niet meer zo van. En de Theo de Rooij Classic? Dat is een erg leuke toertocht in Overijssel, maar nee, die heb ik nog nooit uitgereden als deelnemer. Ik zit dan namelijk met mijn vrouw om half zes ’s morgens al in de auto om bordjes te plaatsen en aan het eind van de dag halen we ze allemaal weer op.

Verslaafd aan fietsen

Waarom ik zo van fietsen hou? Het is een verslaving. In de winter schaats ik er ook nog bij. Ik kan niet zonder sport. Volgens mijn vrouw roest ik anders vast, haha. Nou, het is wel zo dat ik er fit en lenig door blijf. Dat is belangrijk omdat ik metselaar ben. Inderdaad, fysiek vrij zwaar werk. Veel van mijn collega’s zijn inmiddels dan ook gestopt, maar ik hou het tot nog toe nog vol. Het is ook wel fijn dat ik dankzij het fietsen lekkere dingen kan eten, zoals een stukje Rijssens hart - een geglazuurde speculaaskoek in de vorm van een hart.

Op de fiets naar school

Het fietsen zat er al van jongs af aan in. Niet het wielrennen, hoor. Gewoon fietsen bedoel ik. We woonden op een boerderij bij Wierden en daar scheurde ik met mijn driewielertje over het erf. Vanaf mijn eerste schooldag fietste ik naar school, want dat was vanzelfsprekend. Dus ook als het regende of vroor. Het kwam simpelweg niet in het hoofd van onze ouders op om ons te brengen. Eerst reed ik op een tweedehandsje maar op een gegeven moment kreeg ik een prachtige groene fiets. Ik zie hem nog zo voor me. Verschrikkelijk trots was ik.

Nu heb ik voor de weg een Ridley, met een frame van scandium. Dat materiaal is net zo licht als carbon, maar wat stijver en daardoor is mijn fiets lekker stabiel. Hij weegt trouwens slechts 8 kilo. Sommige mensen kopen elk jaar een nieuwe fiets, maar ik vind deze zo fijn dat ik hem al tien jaar heb. Hij wordt door mij volop vertroeteld. Nee, mijn vrouw is niet jaloers op mijn fiets, haha.”